Terug naar overzicht

Bladeren in bundels, fijn ingesneden blad

Blaasvaren, Wijfjesvaren, Mannetjesvaren, Stippelvaren, Brede stekelvaren, Smalle stekelvaren, Stijve naaldvaren, Zachte naaldvaren.

Blaasvaren

heel fijn varentje. De breekbare bladsteel is groen tot strokleurig en ongeveer half zo lang tot bijna net zo lang als de bladschijf. De lichtgroene, langwerpige bladeren worden tot 40 cm lang. De grootste breedte zit onder het midden. Tot drievoudig geveerd met aan beide kanten tien tot zestien vrij ver uit elkaar staande kort gesteelde blaadjes.

 

Brede stekelvaren

bladtoppen lopen spits uit in een“stekeltje”. Breed, donkergroen blad, ronde sporenhoopjes, tweekleurige schubjes op stengel: donkerbruin in het midden, lichtbruin aan de zijkanten.

 

Smalle stekelvaren

lichtergroen dan brede stekelvaren, schubjes egaal lichtbruin, vochtiger plaatsen.

Wijfjesvaren

lobjes fijn ingesneden, 2 vaatbundels! Het jongere deel van de steel is bedekt met donkerbruine of zwarte schubben. De paarsbruine en dun beschubde bladsteel is vrij kort (tot half zo lang dan de bladschijf).
Dichte spiraalvormige bundels van langwerpige tot eironde, dubbel tot drievoudig geveerde bladeren met de grootste breedte ongeveer in het midden. De deelblaadjes zijn vrij diep ingesneden.
De sporenhoopjes groeien op de laagste zijnerven vlak langs beide kanten van de middennerf. 

  

Mannetjesvaren

grover dan wijfjesvaren, 5 vaatbundels. De bladen zijn maximaal 1,5 m lang. De bladsteel is bedekt met bleekbruine schubben. Elk deelblaadje bestaat weer uit slipjes. De topjes zijn afgerond, gezaagd of gekarteld, maar een stekelpunt is er nooit. Deze sori zitten bij deze plant in twee rijen, tegen de blad- nerf in ronde sporenhoopjes.

 

Stippelvaren

lijkt op struisvaren, maar heeft de kleine sporen tegen de rand van het blad en 2 vaatbundels. De lang gerekte, lichtgroene bladeren staan schuin omhoog in een regelmatige kring. Ze zijn afnemend dubbel veerdelig en naar de top en de voet versmald. Op het onderste deel van de bladspil zitten enkele bruine schubben. Aan beide kanten groeien 20 tot 30 breed aangehechte, veerdelige deelblaadjes, die niet zijn gesteeld.

Stijve naaldvaren

voelt plastic aan, extra ingesneden, donkergroen blad, scherper dan lansvaren. De korte bladsteel (tot 1/5 keer zo lang als het blad) is dicht bezet met rood-bruine schubben. De wintergroene bladeren groeien rechtop in een trechtervorm. Ze zijn glanzend donkergroen, leerachtig, langwerpig, zowel boven als naar de voet versmald, dubbel geveerd, en naar de top afnemend. De onderste, korte deelblaadjes zijn niet tot op de as ingesneden.

 

Zachte naaldvaren

De bladsteel is dicht geelbruin beschubd en 1/4 tot tot half zo lang als het blad. De bladeren overwinteren niet. Ze lijken sterk op die van Stijve naaldvaren, maar zijn meestal groter en minder stevig. Ze zijn lichtgroen, dof, langwerpig, hangen over en zijn naar de voet niet of nauwelijks versmald en fijner ingesneden.