Kenmerken van Grassen:

Stengel
  • meestal rond(soms afgeplat)
  • hol
  • met knopen
  • bladeren 2-rijen
Bladschede
  • (meestal) open
  • knik bij overgang bladschijf en -schede
Bladschijf meestal vlak
Bloeiwijze
  • aar, pluim of aarpluim
  • bloemetjes in 2 rijen
  • meestal 2 kroonkafjes per bloem
vrucht graanvrucht

aargras

 

 

Aargrassen

De aartjes zijn direct, dwz zonder of via een uiterst kort onvertakt steeltje op tandvormige uitsteeksels op de hoofdas geplaatst.

aarpluimgras

Aarpluimgrassen

De aartjes zijn door korte, vertakte steeltjes met de hoofdas verbonden. Eén steeltje draagt meer dan één aartje. De steeltjes zijn korter dan de aartjes. Dichte bloeiwijzen ombuigen!

pluimgras

 

Pluimgrassen

Aartjes zijn lang gesteeld of indien zij kort gesteeld zijn staan hun steeltjes aan langere takken, zodat er een min of meer uitgespreide pluim ontstaat.

Korte determinatietabel van de meest voorkomende bloeiende grassen

Aargrassen

De aartjes zijn direct, dwz zonder of via een uiterst kort onvertakt steeltje op tandvormige uitsteeksels van de hoofdas geplaatst

Aarpluimgrassen

De aartjes zijn door korte vertakte steeltjes met de hoofdas verbonden, eén steeltje draag meer dan één aartje. De steeltjes zijn korter dan de aartjes. Let op: Dichte bloeiwijzen ombuigen

Engels raaigras Lolium perenne
De zijaartjes hebben 1, het topaartje 2 kelkkafjes. Smalle kant van de aartjes naar de hoofdas gekeerd, veelbloemig, ongenaald.
Grote vossenstaart Alopecurus pratensis
Aarpluim tot 1 cm dik, rolrond. Aartjes 1-bloemig. Onderste kroonkafje genaald, naald 3-5 mm boven de kelkkafjes uitstekend. Ap wolliger en duidelijk groter dan Ag.
Italiaans raaigras Lolium multiflorum
Als Engels raaigras, doch kroonkafje genaald.
Geknikte vossenstaart Alepocurus geniculatus
Aarpluim tot 6 mm dik, rolrond. Aartjes 1-bloemig. Onderste kroonkafje genaald, naald 2-3 mm bovenste kelkkafjes uitstekend.
Kruipertje Hordeum murinum
1-bloemige aartjes, echter steeds 3 aartjes bijeen geplaatst;middelste aartje ongesteeld, de twee laterale aartjes op zeer korte onvertakte steeltjes. Kelkkafjes tot naalden gereduceerd.
Timotheegras Phleum pratense
Aarpluim rolrond, aartjes 1-bloemig. Kelkkafjes aan de top in een duidelijke stekelpunt uitlopend, kroonkafjes zonder kafnaald, aartjes 3-4 mm. Klein timotheegras heeft kleinere aartjes (2-2,5 mm) en kortere naalden
  Kamgras Cynosurus caespitosa
Aartjes naar twee zijden gericht, de hoofdas aan een zijde zichtbaar, hierdoor bloeiwijze wat trapvormig. Aartjes 3-7 bloemig, aan de voet van ieder aartje een kamvormig steriel zijaartje.
  Reukgras Anthoxantum odoratum
Aartjes vrij los om de hoofas gerangschikt, de onderste op wat langere steeltjes dan de bovenste, aartjes vrij duidelijk genaald. Aartjes met schijnbaar 4 kelkkafjes, de beide bovenste zijn te beschouwen als de onderste kroonkafjes van gereduceerde bloemen.

Pluimgrassen

Aartjes zijn lang gesteeld of indien zij kort gesteeld zijn staan hun steeltjes aan langere takken, zodat er een min of meer uitgespreide pluim ontstaat

1-bloemig 2(3)bloemig > 3 bloemig
    Poa's: aartjes 3-4 mm, eivormig Overige
Moerasstruisgras Agrostis canina
Zeer kleine aartjes, 95% genaald, bovenste kroonkafjes ontbreekt of is uiterst klein. Pluim na de bloei samengetrokken.
Gestreepte witbol Holcus lanatus
Aartjes behaard, soms 3-bloemig. Kelkkafjes langer dan de bloempjes en aan de kiel en randen gewimperd. Onderste kroonkafje van de bovenste bloem met een korte, vaak gekromde naald (circa 2 mm) welke niet boven de kelkkafjes uitsteekt.
Straatgras Poa annua
1-2 zijtakken in de onderste pluimetage. Kelkkafjes ongelijk in lengte, soms minder dan 3 bloempjes per aartje.
Zachte dravik Bromus hordeaceus
Aartjes groot (1,5 tot 2 cm), behaard, eivormig, genaald, meest met 5-8 bloemen

Fioringras Agrostis stolonifera
Zeer kleine aartjes, 95% ongenaald, bovenste kroonkafje normaal ontwikkeld en 1/2 tot 2/3 zo lang als het onderste kroonkafje.
Pluim kegelvormig, na de bloei samengetrokken.

Ruwe smele Deschampsia flexuosa
Aartjes kaal en zwak glanzend, kelkkafjes korter tot even lang als de bloemen. Naald van het kroonkafje teer en niet uit het aartje tredend, weinig of niet gebogen. Zeer sterk geribd met lange stugge tong.
Ruw beemdgras Poa trivialis
3-5 zijtakken in de onderste pluimetage, hoofdas meestal iets ruw. Bovenste kelkkafje iets ruw. Bovenste kelkkafje breder dan het onderste. Onderste kelkkafje 1-nervig.
Tongetje bovenste stengelblad ca 6 mm, spits.
Kropaar Dactylis glomerata
Pluim naar één zijde gekeerd. Aartjes, aan het eind der takken tot propvormige eenheden samengevoegd, meest 3-4 bloemig.

Gewoon struisgras Agrostis capillaris
Zeer kleine aartjes, ongenaald, Pluim eivormig. Blijft na de bloei uitstaan. Bovenste kroonkafje 1/2 tot 2/3 zo lang als het onderste kroonkafje

Glanshaver
Arrhenatherum elatius
Aartjes ongeveer 1 cm lang, vaak met rudimentaire derde bloem. Kelkkafjes iets korter dan het aartje. Onderste bloem steeds met lange geknikte naald tot 15 mm , bovenste bloem meestal met kortere naald

 

Veldbeemdgras Poa pratensis
3-5 zijtakken in de onderste pluimetage, hoofdas meestal glad. Kelkkafjes weinig in lengte verschillend. Onderste kelkkafje 3 nervig. Tongetje bovenste stengelblad ca 3 mm en stomp
Liesgras Glycerai maxima
Pluim zeer groot, tot > 2 cm. Aartjes tot 8 mm, ovaal, 5 to 8 bloemen. Kroonkafjes met afgeronde top (vgl pp, Pt, meer toegespitst). Bladscheden met duidelijke dwarsverbindingen.
 

3 (2-4) bloemig

Festuca's aartjes ca 1 cm  
Rietgras Phalaris arundinacea
Pluim voor en na de bloei "gelobd". In feite aartjes met 1 fertiele bloem en daaronder 2 (soms 1) tot zeer korte kafjes gereduceerde bloemen.

Goudhaver Trisetum flavescens
Aartjes 5-8 mm lang. Elk bloempje steeds met circa 7 mm lange geknikte naald.

Rood zwenkgras Festuca rubra L.
Pluim tot 15 cm lang met na de bloei uitstaande takken. Aartjes 7 tot 10 mm, lancetvormig, genaald, naaldlengte ongeveer de helft van het kafje, zelden langer.
Mannagras Glyceria fluitans
Pluim 10 tot 50 cm. Aartjes tot 2,5 ccm lang, langwerpig cylindrisch, 5 tot 12 bloemen.
Bladscheden met duidelijke dwarsverbindingen.
    Schapengras Festuca ovina
Pluim meest kort soms tot 10 cm lang voor en na de bloei samengetrokken. Aartjes eivormig, 4 tot 7 mm, ongenaald.
Naaldvormig blad (vgl Poa's, bladeren vlak)
Pijpenstrootje Molinia caerulea
Bovengrondse stengeldeel zonder knopen. Aartjes 2 tot 5 bloeig, meestal leikleurig blauw tot violet, soms bleekgroen, 5 tot 8 mm lang.
    Beemdlangbloem Festuca pratensis
Pluim tot 20 cm lang, na de bloei samengetrokken. Aartjes tot 1 cm, lijnvormig cylindrischg, ongenaald. Oortjes (bladbasis) kaal.
Riet Phragmites australis
Pluim 20 tot 40 cm lang, vaak overhangend. Aartjes 3 tot 8 bloemig. Spil der aartjes lang behaard.
    Rietzwenkgras Festuca arundinacia
Pluim tot 30 cm lang, na de bloei uitstaand, aartjes meestal iets korter en plomper dan van Fp, genaald (1 tot 4 mm0. oortjes (bladbasis) bewimperd.
 

Nieuwe soort: Berijpt beemdgras (Poa humilis) staat nog niet in Heukels. Lijkt op straatgras, met kort tongetjes en gewimperd blad met veel witte huidmondjes, behaarde oortjes (vlgs Ton Denters)

Poa_humilis
Poa_humilis_steel
Berijpt-beemdgras
Berijpt-beemdgras

Klein liefdegras > Op de aartjesstelen zitten donkere, komvormige klieren. De kelkkafjes zijn ongeveer even lang.

Moerasstruisgras: vlak blad, evenwijdige nerven, geen middennerf, blauwgrijs, lang tongetje, uitlopers. 
NBStruisgrassen hebben geen middennerf