AARgrassen

tekening-aargras
tekening-aargras

aartjes zitten zonder steeltje aan de hoofdstengel vast.

AARPLUIMgrassen

tekening aarpluimgras
tekening aarpluimgras

aartjes zitten opeengepakt op korte  steeltjes rondom top van halm of aan één zijde ervan.

PLUIMgrassen

tekening pluimgras
tekening pluimgras

aartjes zitten met lange, vaak vertakte zijstengels vast aan hoofdstengel. Vertakkingen uitgespreid, staand of afhangend.

Eenvoudige determinatie van de meest voorkomende grassen

Aargrassen 

1. A De aartjes zijn allemaal naar één kant gekeerd. het gras groeit op arme, zure grond. alleen vlak bij de wortelstok een enkele knoop in de grashalm.  Het tongetje is afgeknot en kort. Je kunt er wel drie nerfjes in onderscheiden. >>>Borstelgras  (Nardus stricta)
B De aartjes staan aan beide kanten van de hoofdas ingeplant. >>> 2

2. A Er zijn altijd drie aartjes samen ingeplant. Het gras groeit op onlangs verstoorde bodems, waar veel mensen komen.>>> Kruipertje (Hordeum murinum)
B Er is altijd maar één aartje tegelijk inge­plant >>> 3

3. A De aartjes zijn met hun brede kant naar de hoofdas gekeerd. groenblauwe tot grijsblauwe kleur, een vliezig tongetje van hoogstens 1 mm lang. De bladscheden hebben aan de top twee spitse oortjes die elkaar kruisen. Stevige plant >>> Kweek (Elymus repens)
B De aartjes zijn met hun smalle kant naar de hoofdas gekeerd. Aartjes zitten stevig aangedrukt tegen de as of de spil van de aar. Als je er met twee vingers over heen voelt, voel je weinig of geen weerstand. Een vliezig tongetje van 1 mm of iets langer en oortjes. Beetje skispoor, rood aan de basis, lichtgroen. >>> Engels Raaigras(Lolium perenne)
C Idem maar met lange kafnaalden en aartjes op grotere afstand van elkaar >>> Italiaans raaigras

Aarpluimgrassen

1 A De aartjes zijn naar twee kanten gericht en raken elkaar weinig . Tussen de gewone aartjes zitten steriele kamvormige aartjes. steriele aartjes hebben de vorm van kammen. afgeknot en onregelmatig ingesneden tongetje tot 2 mm lang.>>>Kamgras (Cynosorus cristatus)
B Aartjes rondom rond, dicht tegen elkaar aan.>>>2

2 A De bloeiwijze is langgerekt eivormig en nogal los. Aan de voet van de bladschijf zitten oortjes en een haarkrans. Het tongetje is 1-2 mm lang, stomp, getand en vaak iets paarsrood.>>>Reukgras (Anthoxanthum odoratum)
B De cilindervormige bloeiwijze bestaat uit dicht aaneengesloten aartjes.>>>3

3 A kelkkafjes van boven afgeknot en in een punt uitgerekt, waardoor ieder aartje twee even lange uitsteeksels vertoont. Bloeitijd juni-augustus. stomp ongedeeld tongetje of twee kleine tandjes >>>Timoteegras (phleum pra­tense)
B kelkkafjes zonder uitsteeksels, maar wèl kroonkafjes met tot buiten de bloeiwijze uitstekende kafnaald.>>>4

4 A Forse, rechtop groeiende plant. Aarpluim tot 1 cm dik. Tongetje ongeveer 1 mm lang. Bloeit van april t/m juni. kort maar stevig tongetje. Kafnaalden steken buiten de bloeiwijze uit. >>>Grote Vossenstaart (Alopecurus pratensis)
B Kleine plant met geknikte stengels. Aarpluim minder dan 6 mm dik. Tongetje 3-5 mm lang. De stengel ligt voor een deel op de bodem en wortelt op de knopen, spitse tongetje tot 5 mm lang >>>Geknikte vossenstaart (Alopecurus geniculatus)

Geelrode naaldaar > Bladschede bovenaan kaal
Groene naaldaar > Bladschede bovenaan behaard

Pluimgrassen

1A De aartjes zijn tot enkele propvormige kluwens samengevoegd. Vliezig lang tongetje, dat nogal eens gerafeld is, in vegetatieve toestand gevouwen of platte bladschede.>>>Kropaar (Dactylis glomerata)
B Anders van vorm >>>2

2A In plaats van een vliezig tongetje, een haarkransje, zonder kafnaalden.>>>3
B Wèl met vliezig tongetje. Met of zonder kafnaalden 5

3A Aartjes met witte haartjes tussen de bloempjes. Plant tot 2 m hoog, met bladeren van 1 tot 2 cm breed. Op de overgang van de bladschede naar de bladschijf staat een groot aantal haren, geen vliezig tongetje. >>>Riet (Phragmites australis)
B Geen haartjes tussen de bloempjes. Plant < 120 cm >>>4

4A Stengels ogenschijnlijk zonder knopen. Plant tot 1 mt hoog, vaak in pollen die boven de bodem uitsteken. De talrijke aartjes (>20 per bloeiwijze) zijn korter dan 5 mm. >>>Pijpenstrootje (Molinea caerulea)
B Stengels met knopen. Plant tot 0,5 mtr hoog. Aartjes (<20 per bloeiwijze) zijn langer dan 5 mm. onderste kroonkafjes, ze zijn verborgen onder de kelkkafjes, heeft aan de top drie opvallende tandjes >>>Tandjesgras (Sieglingia decumbens)

5A kelkkafjes ongeveer even lang als het aartje >>>6
B Kelkkafjes veel korter van het aartje >>>15

6A Zijstengels die meestal alleen of per twee uit de hoofdas van de bloeiwijze ontspringen. >>>7
B Zijstengels die meestal per drie of meer uit de hoofdas van de bloeiwijze ontspringen. >>>9

7A Plant ziet er uit als riet, maar heeft een lang vliezig tongetje om de stengel, nauwelijks oortjes. Op vochtige plaatsen. Minder fors dan riet. >>>Rietgras (Phalaris arundinacea)
B Stengel en bladschede behaard, waardoor het gras zacht aanvoelt. >>> 8

8A Zonder uitstekende kafnaaldjes. Stengel volledig behaard. In minder vruchtbare, eerder vochtige weilanden. Groeit in pollen. Forser en meer behaard dan Fioringras >>> Gestreepte witbol (holcus lanatus)
B Met uitstekende kafnaaldjes. Stengel alleen op de knopen behaard. >>> Gladde witbol (Holcus mollis)

9A Kleine aartjes, 1 tot 3 mm lang >>> 10
B Aartjes langer dan 5 mm >>> 12

10A Bladeren ongeveer 5 mm breed. Wanneer men er met de vingers over naar beneden strijkt, ondervindt men een weerstand door de aanwezigheid van naar boven gerichte haakjes. Groeit vaak in pollen op vochtige, wat zure gronden. Als je de bladeren tegen het licht houdt, zie je het "luxaflex" effect. >>> Ruwe smele ( Deschampsia cespitosa)
B Smalle, gladde bladeren. Meestal zodevormend (dus met vele lange uitlopers >>> 11

11A Tongetje tot 6 mm lang, min of meer driehoekig en minstens even lang als breed. Geen kafnaaldjes aanwezig. Pluim tijdens de bloeitijd uitgespreid, daarna samengetrokken. Bovengrondse uitlopers. Smaller en minder behaard dan Gestreepte witbol >>> Fioringras (Agrostis stolonifera)
B Afgeknot tongetje van 1 tot 2 mm. Geen kafnaaldjes. Pluim ook na de bloei uitgespreid. Kruipende wortelstokken. De afstaande bladschijf is breder aan de voet >>> Gewoon Struisgras (Agrostis tenuis)
C Spits tongetje tot 4 mm lang. Onderste kroonkafje met kafnaaldje. De bladeren zijn vrij sterk geribd .Pluim vóór en na de bloei samengetrokken. Vrij korte, tengere uitlopers. Op arme, zure bodems. >>> Moerasstruisgras (Agrostis canina)

12A Met haartjes haren in de aartjes, waarin steeds maar één volledig bloemetje staat. Bladeren tot 1 cm breed. Plant 60 cm tot 120 cm hoog en met rietachtig uiterlijk. Op zandige gronden. >>> Duinriet (Calamagrostis epigejos)
B Zonder haartjes tussen de bloempjes >>> 13

13A uit ieder aartje steekt één lange, geknikte kafnaald naar buiten. Plant tot 120 cm hoog. vrij open pluim, relatief grote 2-bloemige aartjes. Op droge, vaak kalkrijke bodems. Blauwig blad. >>> Glanshaver (Arrhenaterum elatius)
B Er steken uit de aartjes 3 (soms 2 tot 4) kafnaaldjes naar buiten. >>> 14

14A In de aartjes van Goudhaver zitten tenminste drie en soms zelfs vier bloemen. Aartjes tot max 1 cm. Klein vliezig tongetje maximaal 1 mm lang. Opvallende kafnaalden, meestal geknikt. >>> Goudhaver (Trisetum flavescens)
B De aartjes zijn (zonder de naalden!) 12 tot 17 mm lang. Pluim ook tijdens de bloei min of meer samengetrokken. Spits, driehoekig tongetje 4 tot 8 mm lang. Onbemeste hooilanden op kalkrijke bodems. Zachte haver (Avenula pubescens)

15A Aartjes nagenoeg even breed als lang (ongeveer 6 mm), zonder kafnaaldjes, hebben een hartvormige voet. Op erg voedselarme bodems. >>> Trilgras of bevertjes (Briza media)
B Aartjes langwerpig van vorm, met of zonder kafnaaldjes. >>> 16

16A Aartjes minder dan 6 mm lang, zonder kafnaaldjes >>> 17
B Aartjes langer dan 6 mm, met of zonder kafnaaldjes >>>19

17A Zijstengels die meestal alleen of per twee uit de de hoofdas van de bloeiwijze ontspringen. Plant tot 25 cm, soms tot 40 cm hoog. Bijna het hele jaar in bloeiende toestand te vinden. Vliezig tongetje >>> Straatgras (Poa annua)
B Zijstengels ontspringen per drie of meer uit de hoofdas. Planten 30 tot 80 cm hoog.>>> 18

18A Generatief: Tongetje is zo'n 5-10 mm lang, spits en zit strak om de (meestal) ruwe stengel. Op vruchtbare, niet te droge bodems. Vegetatief een korte tong. >>> Ruw beemdgras (Poa trivialis)
B Tongetje van de bovenste stengelbladeren tongetje niet spits en slechts 2 mm hoog. Gladde stengel. Op vruchtbare, eerder droge bodems >>>Veldbeemdgras (Poa pratensis)

19A Aartjes zonder kafnaalden en zonder oortjes. Altijd op zeer vochtige plaatsen. >>> 20
B Aartjes met of zonder kafnaalden, met of zonder oortjes. Meestal op drogere plaatsen. >>> 21

20A Geen naalden in de bloeiwijze, Aartjes langer dan 1,5 cm. Zijstengels steil omhoog gericht, dicht tegen de hoofdstengel, zodat een lange smalle pluim ontstaat. Slappe, in een scherpe V-vorm gevouwen bladeren. Tongetje tussen de 5 en 10 mm lang , grijsgroene bladeren. Aan de waterkant. >>> Mannagras (Glyceria fluitans)
B Aartjes korter dan 1 cm. Uitstaande pluim. Stijve, eerder vlakke, geelgroene  bladeren van ongeveer 1 cm breed. Ook aan de waterkant. Tongetje in vorm van accolade >>> Liesgras (Glyceria maxima)

21A Zijstengels ontspringen alleen of per twee op de hoofdas van de bloeiwijze. Als kafnaaldjes aanwezig zijn, zijn ze vrij kort. Vruchtbeginsel kaal, met op de top ingeplante stempels (loep!) >>> 22
B Zijstengels ontspringen per drie of meer op de hoofdas van de bloeiwijze. Eén kroonkafje per bloem heeft aan de top twee uitstekende punten, waartussen een soms vrij lange kafnaald ingeplant staat. Vruchtbeginsel behaard, met onder de top ingeplante stengels (loep!) >>> 25

22A Niet bloeiende stengels dragen bladeren die opgerold zijn en daardoor een draadvormige indruk geven. >>> 23
B Alle bladeren zijn vlak. >>> 24

23A Zonder kafnaaldjes (soms toch met een puntje van 1 mm op één van de kroonkafjes in elke bloem). Bovenste (langste) kelkkafje 3 tot 4 mm lang. Ook de bladeren van de bloeiende stengels zijn opgerold. Soort met een grote vormenrijkdom. Op zandgronden >>> Schapegras (Festuca ovina)
B Met een kort kafnaaldje (van ca. 1,5 mm) op één kroonkafje van elke bloem. Bovenste (langste) kelkkafje 3 tot 5 mm lang. Bladeren van de bloeiende stengels meestal vlak. Soort met een grote vormenrijkdom. >>> Rood zwenkgras (Festuca rubra)

24A De onderste zijstengels van de bloeiwijze dragen elk niet meer dan 5 aartjes. Op de oortjes zitten geen haartjes (loep!). Tongetje is vrij kort, groenig, niet doorzichtig, vaak omgekruld en komt niet boven de bladschede uit >>> Beemdlangbloem (Festuca pratensis)
B De onderste zijstengels van de bloeiwijze dragen elk meer dan 5 aartjes. Natte weilanden en sloten. Een smal vliezig tongetje en opvallend de twee halfstengelomvattende spitse oortjes die ook nog gewimperd zijn >>> Rietzwenkgras (Festuca arundinacea)

25A ijle, sterk open halmen waar, aan lange pluimtakken, de aartjes staan. Deze aartjes zijn relatief groot, met de lange kafnaalden mee wel 5 cm. De kafnaald is tot bijna 2 keer zo lang als het lemma. De beide kelkkafjes zijn duidelijk kleiner dan de kroonkafjes. De bladeren zijn zacht behaard. >>> IJle dravik (Bromus sterilis)
B Pluim met tamelijk dikke aartjes en vliezige randen aan de kroonkafjes. Ook de kafnaalden zijn goed zichtbaar en verder is de hele plant zacht behaard met lange slappe haren. een wat grijsgroene kleur. >>> Zachte dravik (Bromus mollis)

Nieuwe soort: Berijpt beemdgras (Poa humilis) staat nog niet in Heukels. Lijkt op straatgras, met kort tongetjes en gewimperd blad met veel witte huidmondjes, behaarde oortjes (vlgs Ton Denters)

Poa_humilis
Poa_humilis_steel
Berijpt-beemdgras
Berijpt-beemdgras

Klein liefdegras > Op de aartjesstelen zitten donkere, komvormige klieren. De kelkkafjes zijn ongeveer even lang.

Moerasstruisgras: vlak blad, evenwijdige nerven, geen middennerf, blauwgrijs, lang tongetje, uitlopers. 
NBStruisgrassen hebben geen middennerf