Cypergrassen, Zeggen (Carex), Waterbiezen

Snelle determinatie:

Beharing bladschijf/schede? Ruige zegge of Bleke zegge
(en Viltzegge maar zzz)
Huidmondjes aan beide zijden van blad? Drienervige zegge
enkele hybriden bv van zwarte zegge
Huidmondjes aan bovenkant van blad?

Zwarte zegge
Zompzegge
Snavelzegge
Noordse zegge

Beharing urntjes:
Urntjes behaard, blad kaal:
Draadzegge, Pilzegge, Voorjaarszegge
Urntjes kaal, blad behaard: Bleke zegge
Urntjes en blad behaard: Ruige zegge en Viltzegge (zzz)

Cypergras: Grasachtige bladeren die in drie rijen boven elkaar staan ingeplant; De bloeiwijze is parapluvormig met lange schutbladeren en kleine bloemen.

Carex (Zeggen)

 

Punt bladschijf

Huidmondjes

Vouwen bladschijf bij indrogen

Schutblad onderste mannelijke aar

Aantal vrouwelijke aren

Zwarte zegge (Carex nigra)

driekantig

bovenkant bladschijf

naar bovenkant blad

meestal korter dan bloeiwijze

1-2 (uitlopend naar 3)

 Scherpe zegge

niet driekantig

onderkant bladschijf

naar onderkant blad

altijd veel langer dan de bloeiwijze

2-4 (uitlopend naar 6)

Kenmerk

Moeraszegge (Carex acutiformis )

Oeverzegge(Carex riparia )

Scherpe zegge (Carex acuta)

Breedte luchtholten tussen de nerven bij het tongetje  zgn baksteentjes

200-300 mu. Veel minder en dunnere dwarsnerfjes dan bij Carex riparia
Baksteentjes met dunne dwarsnerven

300-400 mu met opvallend veel dikwandige dwarsnerfjes Baksteentjes  met dikke dwarsnerven

40-500 mu

Geen opvallende baksteentjes

Tongetje bovenste stengelblad

(Smal) driehoekig tot spitsboog-vormig
Lengte veelal  9-17 mm

Breed boogvormig, (je kunt er een duim in leggen)
Lengte veelal 3-7 mm

Lang driehoekig, ook afgerond
Lengte 4-8 mm

Breedte breedste blad steriel spruit

10-21 mm

13-24 mm

5-11 mm

Bladkleur

Bovenzijde: donkergrasgroen
Onderzijde: grijs-of blauwgroen

Blauwachtige groen beide zijden

Donker grasgroen beide zijden

Onderste bladschede

Sterk rafelend, lichtbruin tot roodbruin

Niet-rafelend, lichtbruin

Niet-rafelend, lichtbruin

Breedte breedste blad bloeistengel

6-10 mm (soms enkele mm naar boven of naar beneden)

10-18 mm

5-11 mm (kan soms oplopen tot 12,5 mm

Aantal mannelijke aartjes

3-6

1-4

2-4

Aantal stempels

3

3

2

Lengte urntje

3-5 mm

5-8 mm

2-3.5 mm

Blaaszegge

De stengels zijn scherp driekantig, ruw en ongeveer 2 mm dik. De onderste scheden zijn vaak rood en gaan rafelen, compleet driekantig, plat blad, de urntjes zijn sterk opgeblazen

Bleke zegge

De 2-4 mm brede bladeren zijn behaard, vooral ook op de scheden. De aren zijn licht, beetje bleekgroen.

Dwergzegge

vrijwel niet gesteelde mannelijke topaar, vaak vele stomp driekantige stengels, die meestal korter zijn dan de bladen, vormt dichte polletjes, bladeren gootvormig 1-2 mm breed. Schede van het onderste schutblad zonder aanhangsel

Geelgroene zegge

Schede van het onderste schutblad aan de voorzijde met een kort, vliezig aanhangsel. Zijdelingse stengels opstijgend. Bladen vlak of iets gootvormig 2-5 mm breed. Mannelijke aar meestal duidelijk gesteeld.

Hoge cyperzegge

meestal schuin omhoog staande stengels, scherp driekantig en tot 3 mm dik. Glanzig lichtgroen en later worden ze goudgroen. De bloeiwijze lijkt op een waaier. Een mannelijke topaar en drie of meer vrouwelijke aren op draaddunne stelen staan op vrij kleine afstand van elkaar, maar de onderste kan verder verwijderd staan.

Moeraszegge

Onderste scheden hebben rode aanzet en rafelen. Stengels scherp 3-kantig en ruw. bladeren zijn van boven glanzig donkergroen en van onderen blauwgrijs. Drie stijlen

Oeverzegge

Zeer scherp 3-kantige stengel en naar boven toe ruw. De onderste scheden van de halmen en de scheuten zijn lichtbruin en vaak dikwijls iets roodachtig. Ze rafelen niet of maar weinig. In de bladschede en op de bladschijf zie je regelmatige dwarsverbindingen tussen de nerven. De blauwgrijze bladeren zijn 1 tot 2 cm breed, staan stijf omhoog of hangen iets over. Drie stijlen.

Ruige zegge

heeft overal zeer sterke beharing, in de vrouwelijke bloemen 3 stempels

Scherpe zegge

Heeft wit vlies onderaan de stengel dat er niet af te trekken is. stengels zijn scherp driekantig en zo'n 3 mm dik. De randen zijn ruw en als je erover wrijft kun je je vingers snel openhalen. Het schutblad van de de bloeiwijze is wat langer dan de totale lengte van de bloeiwijze.

Snavelzegge

gootvormig blad, stomp driekantig aan onderkant, tammelijk dikke vrouwelijke aren.

Stijve zegge

groeit in horsten, smal blad, lichtgoren, twee verschillend soorten aren. Drie stijlen.

Waterbiezen

Mattenbies

Meestal ronde en gladde stengels, groener dan ruwe bies met harde, brosse wortelstok. In het onderste deel zitten minstens 2 bladeren. 3 stempels vs Ruwe bies die twee stempels heeft. Met veel rode puntjes op de kafjes is ruwe bies; met weinig tot niet > mattenbies. Mattenbies heeft een soort bult op het nootje, waardoor dat dus niet symmetrisch is.

Ruwe bies

blauwgroene tot grijsgroene, meestal rolronde stengels en zachte, taaie wortelstok. 2 stempels vs Mattenbies die drie stempels heeft. Met veel rode puntjes op de kafjes is ruwe bies; met weinig tot niet > mattenbies

Waterbies, veelstengelig

Vormt dichte pollen

Waterbies, gewone

groeit in zoden, onderste kelkblaadjes staan altijd netjes tegenover elkaar

   

schema-cyperaceae
schema-cyperaceae